Stief Goed !

Het lijkt misschien wat raar dat ik in een Oost-Vlaams advertentieblad gebruik maak van het West-Vlaams, maar wat kan er, in deze tijden van globalisering, nu verkeerd zijn aan het over de grenzen heen kijken, ook al zijn het dan maar provinciale taalgrenzen.
Onze noord-westenburen hebben trouwens het patent niet op de uitdrukking 'stief'; ook onze noorderburen uit Zeeuws-Vlaanderen gebruiken deze toevoeging graag én vaak om een eigenschap, een subjectief, een karaktertrek van iets of iemand te benadrukken.
Wij Oost-Vlamingen gebruiken daarvoor veeleer de uitdrukking 'wrêêd' voor; iets is wrêê(d) goed of wrêêd slecht, of zoals in het Gentse iets wrêêd schône, of wrêêd wijs is.
Goed om weten allemaal maar veel kan ik daar hier en nu niet mee aanvangen, want ik wou het hier gewoon even hebben over stiefouders en stiefkinderen, en of dat altijd stiefgoed is….
We kennen uit onze jeugd natuurlijk nog allemaal het prototype van het stiefkind dat door de boze stiefmoeder wordt vernederd en zwaar te kort wordt gedaan. De eigen kinderen van deze onwaardige stiefmoeder waren in haar ogen de mooiste en de beste; ook al sprak het spiegeltje aan de wand constant een andere taal, Assepoester haar lot verslechte alleen maar door de eerlijke uitspraken van de spiegel. Maar zoals het sprookjes betaamt kwam op het meest nuttige moment natuurlijk de onontbeerlijke prins te voorschijn. Hij ging een nachtje zwaar op zwier met Assepoester, was meteen verkocht en betoverd door haar eenvoud en schoonheid, en ook zij wist van de prins geen kwaad, en wat volgde kennen we allemaal : een mooi trouwfeest, verzoening met alle stiefgenoten alrond, en dan kwam den zatte nonkel met het varken met de lange snuit en het vertellinkje was uit.
In een  tijd waar er bijna meer nieuw samengestelde gezinnen bestaan dan andere is het goed om eens na te gaan wat de rol en de plaats is van de stiefkinderen in deze situatie, en in het bijzonder wat hun erfrechten zijn. Voor de duidelijkheid : stiefkinderen zijn deze kinderen die de partner die hertrouwt al had uit een vorig huwelijk. Stiefouder is dan deze man of vrouw die met de vader of moeder van dat (stief)-kind huwt.

Het Belgisch erfrecht voorziet geen rechtstreeks erfrecht tussen de stiefkinderen en stiefouders. Wil men hebben dat het stiefkind toch iets kan erven, dan zal een testament moeten worden gemaakt. Hetzelfde wanneer het stiefkind zou willen dat zijn stiefouder erft als hij eerst komt te overlijden. Geen automatisme dus, men moet het zelf voorzien en bepalen in een laatste wilsbeschikking. Voor wat de rechtstreekse erfrechten betreft  (erven zonder dat er een testament moet gemaakt zijn) is het dus duidelijk dat de stiefkinderen toch wel stiefmoederlijk zijn behandeld. Gelukkig is dit niet zo voor wat de successierechten op de erfenis betreft. Een stiefkind zal dezelfde successierechten betalen op hetgeen hij erft van zijn stiefouder als een rechtstreekse nakomeling (kinder). Waar de algemene wetgever dus nog in de sprookjeswereld leeft en het stiefkind als een Assepoester behandelt  is de fiscus zich wel al bewust van de ongelijkheid die dit tot gevolg kan hebben, en behandelt ze kinderen en stiefkinderen op dezelfde wijze; Stief goed van onze fiscus zou ik zeggen...

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Voeg je bij 3 andere abonnees

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *